Accueil > Actoren > 3 vragen aan... > ... de Heer Pieter-Jan De Buyst, Gewestelijk coördinator Partner- en (...)

... de Heer Pieter-Jan De Buyst, Gewestelijk coördinator Partner- en Familiaal Geweld

In 2015 werd er in de schoot van equal.brussels (toen Directie Gelijke Kansen) opnieuw een Gewestelijk Coördinator Partner- en Familiaal Geweld aangesteld, namelijk de heer Pieter-Jan De Buyst. Wij vroegen de nieuwe coördinator naar zijn functie, zijn aanpak en zijn ervaring met het beleid rond de bestrijding van gendergerelateerd geweld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Kruisbestuiving kan zeer vruchtbaar zijn ! Wat wij doen rond gendergerelateerd geweld binnen equal.brussels is daar een voorbeeld van.

Mijnheer De Buyst, u bent Gewestelijk Coördinator Partner- en Familiaal Geweld. Wat houdt deze functie precies in ?

Mijn functie vindt haar oorsprong in de samenwerking op nationaal vlak met de provincies in het begin van de jaren 2000. Vanaf dan werden er provinciale coordinatrices en coördinatoren voor partnergeweld (nadien werd deze opdracht uitgebreid naar andere vormen van geweld) ondersteund door het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, dat op dit vlak een coördinerende rol waarnam. Voor Brussel viel deze functie ten deel aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de opdracht van de coördinator/coördinatrice was de uitvoering van het Brussels deel van het Nationaal Actieplan tegen gendergerelateerd geweld (NAP Geweld). Ik heb deze taak overgenomen in 2015. Daarnaast werk ik ook rond opdrachten die rechtstreeks van de staatssecretaris voor Gelijke Kansen, mevrouw Bianca Debaets komen. Hier betreft mijn verantwoordelijkheid vooral preventie en sensibilisering. Andere taken zijn het verzorgen van opleidingen en campagnes, het toekennen van subsidies aan Brusselse vzw’s en het coördineren van het Gewestelijk Overlegplatform tegen Partner- en Intrafamiliaal Geweld.

Eén van uw taken is de coördinatie van het Gewestelijk Overlegplatform tegen Partner- en Intrafamiliaal Geweld. Hoe kwam dit Overlegplatform tot stand en wat is hiervan de meerwaarde ?

Het Gewestelijk Overlegplatform tegen Partner- en Intrafamiliaal Geweld is een ontmoetingsplaats voor de verschillende actoren op het vlak van de strijd tegen geweld in Brussel. De oprichting ervan was één van de eerste acties van de Brusselse coördinatrice om meer uitwisseling en overleg te bevorderen tussen al de verschillende actoren die actief zijn rond het thema. Partnergeweld op zich is al een moeilijke materie en daarbij komt nog dat in Brussel zowel de gemeenten als het Gewest op dit terrein bevoegd zijn. Bovendien zijn rond deze thematiek meerdere instanties actief : het (gelijke kansen)beleid, politie en justitie en welzijns- en middenveldorganisaties. Het Platform is dan ook de uitgelezen plaats voor de uitwisseling van initiatieven en goede praktijken en het vormt de geschikte doelgroep voor de presentatie van cijfers en interessante studies, gefinancierd door BHG. In de schoot van deze werkgroep krijgt bijvoorbeeld de inhoud van studiedagen vorm en worden er campagnes bediscussieerd. Maar het Overlegplatform heeft nog een andere functie : het dient namelijk ook als klankbord en toetssteen voor het beleid van het Brussels Gewest zelf : wat is er nodig ? welke acties zijn nuttig, welke overbodig ? hoe kunnen we zaken verbeteren ? enz. Het klopt dat de samenstelling heterogeen is. Om gericht rond een bepaalde thematiek te kunnen werken, worden er daarom soms werkgroepen opgericht rond een specifiek thema. Zo bestaat er momenteel een werkgroep rond preventie.

U kwam in functie in 2015. Kan u ondertussen grote veranderingen waarnemen in de strijd tegen gendergerelateerd geweld ?
Einde 2015 is er een nieuw NAP Geweld voorgesteld en de uitvoering ervan is gestart. De voortgang wordt opgevolgd via een interdepartementale werkgroep, die bestaat uit leden van de overheidsdiensten die betrokken zijn bij de uitvoering van het Actieplan. Ik maak hier deel van uit als vertegenwoordiger van het Brussels gewest. De interdepartementale werkgroep bereidt ook het intermediaire rapport m.b.t. de uitvoering van het NAP Geweld voor. Bovendien ratificeerde België in 2016 de Istanbul-conventie . Uiteraard moet de ratificatie bij ons verschillende bestuursniveaus doorlopen en dit nam tijd. Toch had ik België, als hoofdstad van Europa, op dit vlak liever een meer prominente rol zien spelen. De ratificatie brengt wel extra verplichtingen met zich mee en geeft aanzet tot nieuwe initiatieven.

Wat beschouwt u als het meest positieve van uw opdracht ? En wat zou u nog meer willen ?
Kruisbestuiving kan zeer vruchtbaar zijn ! Wat wij doen rond gendergerelateerd geweld binnen equal.brussels is daar een voorbeeld van. Wij zijn een klein team maar wij werken transversaal. Door de gedifferentieerde expertise binnen het team kunnen er nieuwe en betere resultaten worden bereikt. In 2018 wordt hierdoor de intersectie van handicap en partnergeweld een werkthema. Maar ook de voortdurende samenwerking met externe actoren, vind ik erg verrijkend. Zo bereiden wij ter gelegenheid van 25 november, de Internationale dag tegen geweld tegen vrouwen, samen met het Centre d’Appui Bruxellois (CAB) een colloquium voor met als focus “kinderen en geweld”. Ook de opleiding van Brusselse politie en andere preventiediensten kreeg vorm op basis van een vruchtbare samenwerking tussen de overheid en het middenveld. Meer willen ? Ik zou willen pleiten voor meer aandacht voor gendergerelateerd geweld tijdens de opvoeding van onze jongeren, bijvoorbeeld via de leerplannen van het onderwijs. Er ligt ons ook nog heel wat werk te wachten op het vlak van preventie. En ja, de seksismewet bestaat, maar deze blijft toch vooral dode letter. Hoogtijd om te onderzoeken hoe we deze beter kunnen toepassen. Een dringende uitdaging ? De bescherming van vrouwen in de asielprocedure en van vrouwelijke vluchtelingen.