Accueil > Genderbeleid > Wetgeving en beleidskader > De strijd tegen geweld op vrouwen

De strijd tegen geweld op vrouwen

De strijd tegen geweld op vrouwen is een materie die alle bestuursniveaus aanbelangt : het federale, regionale en gemeentelijk niveau. Wij zoomen hier in op het Brussels gewest.

« “The global pandemic of violence against women and girls thrives in a culture of discrimination and impunity,” » verklaarde Ban Ki-moon, Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties tijdens zijn toespraak bij de lancering van de campagne "One Billion Rising", op 14 februari 2013 [1]

De VN schat dat één vrouw op drie in de wereld slachtoffer is van fysisch of seksueel geweld.

"Violence against women : an EU-wide survey. Results at a glance" (2014), de enquête van het Europees Bureau voor de Grondrechten (FRA) bevestigt deze schatting van de VN : 34% van de vrouwen in Europa en 36% van de vrouwen in België ondervonden één of andere vorm van fysisch of seksueel geweld vanaf de leeftijd van 15 jaar [2].

In België werd in 2001 het eerste van een reeks nationale actieplannen (NAP) tegen geweld op vrouwen ontwikkeld. Het focuste op partnergeweld maar in de daaropvolgende plannen werd de scoop verbreed naar andere vormen van geweld. Het actuele NAP 2015-2019 richt zich naar alle vormen van gendergerelateerd geweld en verzamelt de acties van de betrokken diensten van alle bestuursniveaus rond 6 globale objectieven :

  1. het voeren van een geïntegreerd beleid voor de strijd tegen gendergerelateerd geweld en verzamelen van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over alle vormen van geweld
  2. voorkomen van geweld
  3. beschermen en ondersteunen van de slachtoffers
  4. onderzoeken, voortzetten en aannemen van beschermingsmaatregelen
  5. rekening houden met de genderdimensie
  6. strijden tegen geweld op internationaal vlak en in het asiel- en migratiebeleid.

In het kader van dit "NAP 2015-2019" stelt het Brussels Gewest stelt zich verantwoordelijk voor :

  • het feit dat de betrokken instellingen in het kader van gendermainstreaming inspanningen zullen leveren om genderstatistieken te verzamelen over alle vormen van geweld die in het NAP omvat worden. Deze gegevens zullen systematisch bezorgd worden aan het Instituut dat hiervoor een speciaal mandaat verkrijgt ;
  • het starten van nieuwe prevalentieonderzoeken over de ervaringen inzake fysiek, psychologisch en seksueel geweld, gebaseerd op de methodologie van het Europees FRA onderzoek rond geweld op vrouwen ;
  • de sensibilisering rond de strijd tegen seksisme en stereotypering als een vorm van preventie van gendergerelateerd geweld (via om. campagnes, studies en gidsen) ;
  • het opstarten van campagnes die ook gericht zijn aan en uitgewerkt worden met (jonge) mannen om hun bijdrage in de strijd tegen gendergerelateerd geweld aan te moedigen ;
  • het opzetten van specifieke sensibiliseringscampagnes voor kwetsbare groepen zoals onder andere nieuwkomers, ouderen, mindervaliden ;
  • het ter beschikking stellen van specifieke informatie, het uitwerken van sensibiliseringscampagnes en het verspreiden ervan naar diverse doelgroepen toe in het kader van de strijd tegen EGG en gedwongen huwelijken (onder ander kindbruiden). In het uitwerken van deze campagnes zullen de betrokken migrantengemeenschappen worden betrokken ;
  • het opzetten van preventieacties die zich ook tot de ouders richten met betrekking tot de strijd tegen EGG en gedwongen huwelijken ;
  • het sensibiliseren ter gelegenheid van de internationale dag tegen VGV op 6 februari ;
  • het ontwikkelen en verspreiden van sensibiliseringsmiddelen en/of opleidingen die de fundamentele vrouwenrechten promoten en het geweld tegen vrouwen aanklagen, inclusief de “schadelijke praktijken” en deze ter beschikking stellen van het maatschappelijk middenveld, de actoren op het terrein, de religieuze leiders, en de officieel erkende predikanten en hoogwaardigheidsbekleders ;
  • het streven naar het organiseren van specifieke voortgezette en aparte opleidingen voor gedwongen huwelijken, EGG, partnergeweld, seksueel geweld en VGV in volgende beroepsgroepen :
    • de verschillende referentieambtenaren politie
    • de verschillende referentiemagistraten (cf supra)
    • slachtofferbejegenaars van de politie
    • huisartsen - Onthaalbediende en crisisinterventie (0800/30.030/spoeddiensten/1 07)
    • ziekenhuizen /Sexual assault centra’s
    • forensische artsen
    • politionele verhoorders seksueel geweld
    • medewerkers van de diensten Asiel en migratie, vreemdelingenzaken en het Commissariaat - generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
    • psychologen en trauma psychologen
    • gemeenteambtenaren (bevolkingsdienst met betrekking tot gedwongen huwelijken)
    • gespecialiseerde OCMW – dienstverleners
    • ‘referentiepersonen’ VGV en EGG bij CLB/PMS kind en gezin/ONE /Kaleido.
      Voor al deze voortgezette opleidingen worden methodische kaders uitgewerkt per geweldsvorm en per doelgroep. Deze opleidingen worden interdisciplinair, interinstitutioneel en multicultureel georganiseerd en houden rekening met de bestaande (risicotaxatie)instrumenten en meldcodes (cfr infra...) ;
  • het sensibiliseren van de inspecteurs dierenwelzijn rond de link tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling ; en instrumenten ter beschikking stellen met betrekking tot het leren herkennen van signalen van huiselijk geweld ;
  • het op elkaar afstemmen van het aanbod voor daderprogramma’s binnen het beschikbare budget op basis van een evaluatie ;
  • het versterken en uitbreiden van bestaande websites rond (gendergerelateerd) geweld ;
  • het toegankelijk maken voor personen met een handicap (bijvoorbeeld tegemoetkomen aan de toegankelijkheidscriteria van het label ‘AnySurfer’ voor mensen met een handicap) van alle informatie- en communicatietechnologie van de overheid inzake gendergerelateerd geweld ;
  • het uitwisselen van informatie over reeds bestaande projecten, het evalueren en opstarten van pilootprojecten in verband met Family Justice Centers, waar slachtoffers van gendergerelateeerd geweld en van huiselijk geweld toegang hebben tot een waaier aan noodzakelijke politionele, gerechtelijke en hulpverleningsdiensten.
  • het evalueren van de drie protocolakkoorden inzake slachtofferhulp die op 5 juni 2009 werden afgesloten tussen enerzijds de federale Staat en anderzijds de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest, de Duitse Gemeenschap, en, voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (BS 5 juli 2009). En om nadien de drie bestaande protocolakkoorden met betrekking tot slachtofferhulp om te zetten in samenwerkingsakkoorden tussen de Staat en de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, en de Staat en de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest ;
  • het organiseren van een “cel of referentiepersoon partnergeweld” binnen de verschillende Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijnswerk ;
  • het besteden van specifieke aandacht aan het uitwerken van vrijwillige bemiddeling voor slachtoffers van eergerelateerd geweld die terugkeren naar huis. De veiligheid van het slachtoffer zal in dit kader voorop staan. Deze bemiddeling zal georganiseerd worden door speciaal hiertoe gevormde experten en enkel na het inschatten van risico’s.
  • het financieel ondersteunen van de niet- gouvernementele organisaties die het bestrijden van geweld tegen vrouwen en kinderen en het bevorderen van hun fundamentele rechten als doel hebben.

Daarnaast zal het Brussels Gewest als partner meewerken aan :

  • de gendermatrix (statistieken) van het Instituut ;
  • de uitvoering van een cartografie van de noden van de verschillende actoren uit de praktijk rond eergerelateerd geweld ;
  • het streven naar een draagvlak om in de basisopleiding van de volgende categorieën van gespecialiseerde beroepen de kennis van de verschillende vormen van gendergerelateerd geweld op te nemen via mogelijke bijkomende vormingsdagen :
    • forensische artsen
    • bemiddelaars
    • magistraten
    • lokale Politie
    • ambulanciers
    • sociaal verpleegkundigen
    • hulpverleners
    • Ocmw medewerkers
    • psychiaters
    • advocaten ( inclusief pro deo ) en notarissen
    • dierenartsen
    • urologen
    • vroedvrouwen
    • gynaecologen (prenatale consultatie)
    • huisartsen
    • interculturele bemiddelaars (o.m in ziekenhuizen)
    • gehandicaptenzorg
    • post natale consultaties (ONE, Kind en Gezin en Kaleido)
    • CLB/PMS ;
  • het terbeschikking stellen van risicotaxatieinstrumenten en meldcodes inzake eergerelateerd geweld/vrouwelijke genitale verminking/gedwongen huwelijken aan betrokken professionals ;
  • het informeren van herenigde partners met betrekking tot de bestaande (hulp)structuren en programma’s in het kader van integratie en hulp bij geweld ;
  • het, in het kader van de haalbaarheidsstudie van de SARC’s, nagaan hoe een specifieke interuniversitaire opleiding inzake traumapsychologen rond seksueel geweld kan opgestart worden. Daarnaast zal er een deskundigenlijst van traumapsychologen worden opgesteld die beschikbaar zullen gemaakt worden voor slachtoffers van seksueel geweld, via de verschillende professionele kanalen ;
  • de evaluatie van de omzendbrief 18/2012 over uithuisplaatsing en de wetgeving terzake desgevallend aanpassen teneinde tot een betere en effectieve toepassing te komen van de maatregel. Specifiek aandachtspunt hierbij is de doorverwijzing en samenwerking met daderhulpverlening en de bescherming van het slachtoffer.

Notes

[1Zie hiervoor het persbericht « UN officials join global call to end violence against women and girls », van de Verenigde Naties van 14.2.2013.

[2De resultaten van de enquête van FRA over het geweld op vrouwen zijn gebaseerd op face-to-face interviews met 42 000 vrouwen uit 28 EU-lidstaten. Je kan deze data op een interactieve manier exploreren op de website van FRA.